Aanstaande zondag 27 september wordt om 13:00 uur op de Dam in Amsterdam een grote vredesdemonstratie gehouden. ‘Stop de Oorlogskoorts’ wordt georganiseerd door De Nieuwe Vredesbeweging, FNV Young & United en de Landelijke Studentenvakbond.
Diverse actiegroepen doen mee. Er zal ook een optreden zijn van popartiest Eefje de Visser. Van de Haagse politiek heeft alleen de Socialistische Partij (SP) zich achter het protest geschaard. De Partij voor de Dieren doet bijvoorbeeld niet mee (al zal hun jongerenorganisatie PINK! er wel zijn).
De Amerikaanse NAVO-leiding heeft Europese lidstaten opgedragen om 5% van het bruto binnenlands product uit te geven aan wapens en het leger. Dat is in Nederland zo’n vijftien procent van het totale overheidsbudget. Daarnaast wil de regering met de ‘Wet Defensiegereedheid’ de rechten van burgers inperken, door bijvoorbeeld de inlichtingendiensten op eigen initiatief mensen af te laten luisteren of te hacken, en bezwaarprocedures tegen nieuwe vliegvelden of oefenterreinen af te schaffen. Ook moeten Nederlandse jongeren binnenkort gedwongen het leger in.
Het vredesprotest is een reactie op deze militarisering. “De Nederlandse politiek moet breken met de huidige koers van militarisering, escalatie en oorlog,” zo staat in het manifest van de demonstratie. In plaats daarvan moet Nederland “kiezen voor diplomatie, internationale solidariteit en sociale veiligheid, voordat de gevolgen onbeheersbaar worden”.
Vanuit de gevestigde orde klinkt kritiek op het protest. Als je tegen wapens en oorlog bent en voor vrede staat, dan ben je in de ogen van partijen als de VVD, CDA en D66 een ‘verrader’. Ook in het Noordhollands Dagblad verscheen een kritische column met te titel ‘Wil je oorlog, ga naar de vredesdemonstratie’.
Het lijkt een goed-geoliede campagne tegen de vredesdemonstratie te zijn. Vergelijkbare columns verschenen bijna op hetzelfde moment in andere lokale kranten (‘Kiezen voor als vrede vermomde overgave’, De Limburger; ‘Niet toegeven aan de veroveringsdrang van Poetin in Oekraïne’, Leeuwarder Courant). In elk van deze stukjes werd gedaan alsof een roep om vrede een soort landverraad is. Het is de wereld op z’n kop. Stuk voor stuk willen de auteurs je doen geloven dat een roep om vrede een bedreiging is, terwijl het aangaan van een oorlog de gewone mensen veiligheid zou brengen.
In feite is het omgekeerde waar: juist de roep om een gewapende confrontatie met Rusland is niet in het belang van de werkende mensen in Nederland. Het extra geld voor wapens komt voornamelijk ten goede aan de Amerikaanse wapenindustrie, terwijl het ten koste gaat van Nederlandse pensioenen, zorg en onderwijs. Oorlog tussen Rusland en West-Europa dient de belangen van de Verenigde Staten. Het is ook volstrekt onnodig om meer wapens te kopen. De NAVO geeft nu al bijna tien keer zoveel geld uit aan wapens als Rusland. Als het om afschrikking gaat, dan is de NAVO al voldoende machtig.
Ook de grote anti-oorlogsbeweging van de vorige eeuw kon rekenen op ondermijnende kritiek vanuit de gevestigde orde. Er zou destijds sprake zijn van ‘hollanditis’, een term bedacht in 1981 door de Amerikaanse historicus Walter Laqueur. Het idee van ‘hollanditis’ werd gebruikt om de golf van anti-oorlogsactivisme te beschrijven die in de jaren 1980 in Nederland groeide, en uiteindelijk een groot deel van de Nederlandse bevolking de straat op kreeg. Het Nederlandse vredesactivisme werd gezien als een soort ‘gevaarlijk’ virus dat ook de bevolking in andere Europese landen kon aansteken.
Als de roep om vrede, internationale solidariteit en sociale veiligheid voor de werkende bevolking zich ook vandaag weer over Europa zou verspreiden, dan is er misschien nog hoop voor de toekomst. In plaats van de oorlog met Rusland aan te wakkeren moeten de Europese landen juist op de-escalatie inzetten. Want alleen daarmee komt een snel einde aan de bloedige oorlog in Oekraïne in zicht.
